Op 16 december 2025 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de wetsvoorstellen in het pakket Belastingplan 2026. De wet treedt pas in werking als de Koning deze heeft goedgekeurd en de wet ook is gepubliceerd. Vooruitlopend op de goedkeuring door de Koning en publicatie in het Staatsblad, geeft het ministerie van Financiën in dit bericht een overzicht van de belangrijkste wijzigingen in de belastingen per 2026. Dit overzicht omvat ook veranderingen per 2026 uit eerder gepubliceerde wetten.
Belangrijkste wijzigingen belastingen 2026
Verlenging aangiftetermijn erfbelasting
Erfgenamen mogen langer doen over het indienen van een aangifte erfbelasting. De
aangiftetermijn wordt verlengd van acht naar twintig maanden na het overlijden. Ook het
startmoment van het berekenen van de belastingrente bij de erfbelasting wordt aangepast naar
twintig maanden na het overlijden. De wijziging geldt voor overlijdens die op of na 1 januari 2026
plaatsvinden.
Geen aangifte meer voor schenkingen kort voor overlijden
Voor schenkingen die binnen 180 dagen voor het overlijden van de schenker plaatsvinden hoeft de
verkrijger niet langer aangifte schenkbelasting te doen. Dit geldt voor het eerst voor schenkingen
die maximaal 180 dagen voor 1 januari 2026 zijn gedaan. De schenking moet net als nu wel in de
aangifte erfbelasting worden opgegeven.
Bijtelling
Aanpassing korting in de bijtelling voor emissievrije personenauto’s
De korting voor emissievrije personenauto’s in de bijtelling wordt per 1 januari 2026 verlaagd van
5% naar 4% tot een maximumbedrag van € 30.000. Het normale bijtellingspercentage is 22%. Zo
komt de bijtelling tot het maximumbedrag van € 30.000 voor emissievrije personenauto’s in 2026
uit op 18%. De korting op de bijtelling voor emissievrije personenauto’s is daardoor maximaal
€ 1.200 in 2025 (was in 2025 € 1.500).
Versobering youngtimerregeling
Voor een auto van de zaak die ook privé gebruikt wordt (voor meer dan 500 kilometer), moet
bijtelling worden betaald. Voor auto’s die meer dan 15 jaar geleden voor het eerst in gebruik
genomen zijn (ook wel youngtimers genoemd) bedraagt de bijtelling 35% over de waarde in het
economisch verkeer. Deze regeling wordt versoberd, met overgangsrecht in 2026 voor al in 2025
ter beschikking staande youngtimers die uiterlijk op 31 december 2025 ten minste 15 jaar oud
zijn. Hiervoor geldt voor het jaar 2026 nog de bijtelling van 35% over de waarde in het
economisch verkeer. Voor auto’s die op of na 1 januari 2026 15 jaar oud worden geldt de normale
bijtelling over de cataloguswaarde van de auto.
Minder of geen korting in de motorrijtuigenbelasting voor emissievrije voertuigen en PHEV
Tot 1 januari 2026 geldt voor emissievrije voertuigen (EV) een kwarttarief in de
motorrijtuigenbelasting (mrb), oftewel een korting van 75%. Voor PHEV’s geldt tot 1 januari 2026
een driekwarttarief, oftewel een korting van 25%. Per 1 januari 2026 krijgen emissievrije
personenauto’s een 70%-tarief, oftewel een korting van 30%. Voor andere emissievrije voertuigen
en voor PHEV’s vervalt de korting in de motorrijtuigenbelasting per 1 januari 2026.
Tariefswijzigingen en schijfgrenzen box 1
Het tarief in de eerste schijf in box 1 van de, tot een inkomen van € 38.883,
wordt volgend jaar verlaagd naar 35,75% (dit is het tarief inclusief premie voor de
volksverzekeringen). Het tarief in de tweede schijf, tussen € 38.883 en € 78.426, wordt iets
verhoogd naar 37,56%. Het toptarief wijzigt niet en blijft 49,5%. Het grensbedrag vanaf waar het
toptarief geldt, wordt met € 432 extra verhoogd, naast de inflatiecorrectie en gaat dus van
€ 76.817 naar € 78.426.
Zelfstandigenaftrek
De zelfstandigenaftrek daalt in 2026 naar € 1.200. Sinds 2022 wordt de zelfstandigenaftrek
stapsgewijs afgebouwd naar € 900 in 2027.
Box 3: belastbaar inkomen uit spaar- en belegd vermogen:
aanpassingen leegwaarderatio
Voor zowel de inkomstenbelasting (box 3) als de schenk- en erfbelasting wordt de waarde van een
verhuurde woning in beginsel vastgesteld op de WOZ-waarde. Aangezien bij het bepalen van de
WOZ-waarde geen rekening wordt gehouden met verhuur bestaat voor verhuurde woningen
waarvoor huurbescherming geldt een afwijkende regeling. De waarde van de woning wordt in die
situaties gesteld op een percentage van de WOZ-waarde dat wordt bepaald aan de hand van de
huuropbrengst (leegwaarderatio). Vanaf 2026 kunnen eigenaren van een verhuurde woning
waarvoor huurbescherming geldt geen gebruik meer maken van de leegwaarderatio voor deze
woning als zij deze verhuren aan een gelieerde partij (meestal familie) tegen een niet
marktconforme (lees: te lage) huurprijs.
